Home De natuur Het weer Klimaatverandering Energie Scholen Registreer Log in

Klimaatverandering > Wat en hoe?

Sinds het begin van de 20ste eeuw is de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde met 0.6° Celsius gestegen. In Europa steeg de gemiddelde temperatuur zelfs met 0.95° Celsius. Deze verandering is ongewoon en verontrustend, zowel in omvang als in snelheid.

Ook in Vlaanderen is de opwarming van de aarde merkbaar. De temperatuur is sinds eind jaren '80 sterk gestegen. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur in de laatste 15 jaar van de twintigste eeuw lag 1°C hoger dan de gemiddelde temperatuur in de rest van de eeuw.

De grafiek hieronder geeft de gemiddelde jaartemperatuur in Ukkel weer.

Evolutie gemiddelde jaartemperatuur in Ukkel

De relatieve opwarming is sterker aan het begin van het jaar. De gemiddelde temperatuur van de maanden januari tot en met maart lag de laatste 15 jaar van de twintigste eeuw zo'n 2°C hoger dan daarvoor. Daarmee loopt de opwarming in Vlaanderen in grote lijnen in pas met de wereldwijde klimaatverandering.

Wetenschappers zijn het erover eens dat die verandering veroorzaakt wordt door de toegenomen concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer.

Gassen als koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) vormen een soort isolatielaag rond de aarde. Gelukkig, want zonder die gassen zou het hier 30 graden kouder zijn. Maar door menselijke activiteiten is de concentratie van sommige broeikasgassen de laatste eeuw sterk gestegen. Bij verbranding van aardolie en aardgas komt CO2 vrij. CH4 komt onder andere uit de mest van koeien en varkens. N2O ontstaat bij industriële processen, in de landbouw en in het verkeer.

Algemeen wordt verwacht dat de temperatuur op aarde in de 21ste eeuw gemiddeld met 1,4 tot 5,8 graden Celsius zal stijgen. De meetresultaten van de laatste jaren lijken dit te bevestigen. De voorbije 10 jaar behoorden allemaal tot de top 15 van de warmste jaren sinds het begin van de metingen. En sinds 1976 is de temperatuurtoename drie keer zo groot als over de honderd jaar ervoor.

Wat de impact zal zijn, is moeilijk precies te voorspellen. Het staat wel vast dat de zeespiegel zal stijgen. Mogelijks komt er deze eeuw een meter bij. In de eeuwen erna zal dat proces trouwens doorgaan, omdat het ijs van groenland en de zuidpool geleidelijk smelt, en omdat de diepere waterlagen geleidelijk opwarmen en uitzetten. Een ander gevolg is dat extreme fenomenen als droogtes en orkanen zullen toenemen. In het noordelijk halfrond wordt meer regen verwacht en die regen zal steeds vaker in korte periodes van hevige plensbuien vallen. In de tropen zou het daarentegen droger worden. Dat zal vanzelfsprekend voor problemen zorgen. Zeker in gebieden die zich geen dure investeringswerken kunnen veroorloven. Maar ook bij ons.

Wetenschappers zijn het erover eens dat de wereldwijde stijging van de temperatuur onder de 2°C moet gehouden worden om desastreuze gevolgen te vermijden. Deze doelstelling, die door de EU onderschreven wordt, kan enkel bereikt worden door de uitstoot van broeikasgassen drastisch en snel te verminderen: de wereldwijde uitstoot moet gehalveerd worden tegen 2050. De geïndustrialiseerde landen moeten, gezien hun historische schuld en hun huidige emissieniveau, hun uitstoot van broeikasgassen met minstens 30% verminderen tegen 2020 en met 80% tegen 2050. Dit zal ontwikkelingslanden, die nu nog vrij lage emissies hebben, toelaten hun uitstoot per inwoner nog lichtjes te verhogen in functie van hun economische ontwikkeling.

Welke afspraken zijn er tussen de landen gemaakt?

Tijdens de milieuconferentie in Rio, in 1992, ondertekenden ongeveer alle landen ter wereld - dus ook de Verenigde Staten- het VN-Klimaatverdrag. Ze beloofden er in algemene bewoordingen dat ze de broeikasgassen zouden beperken zodat geen gevaarlijke klimaatveranderingen kunnen optreden. In december 1997 werd in het Japanse Kyoto een bijkomende overeenkomst gesloten om dit engagement te concretiseren: het protocol van Kyoto. Dat protocol voorziet absolute uitstootgrenzen voor de industrielanden. Het is niet vreemd dat de geïndustrialiseerde landen een eerste inspanning moeten doen. Ze zijn veruit de grootste vervuilers, zeker als we alle uitstoot uit de voorbije eeuw samentellen. Ze hebben ook voldoende middelen om een echt klimaatbeleid te voeren. De EU beloofde om de uitstoot tegen de periode 2008-2012 te verminderen met 8% (in vergelijking met 1990). Nadien werd de EU-verplichting verdeeld onder de EU-lidstaten. België kreeg daarbij een reductieverplichting van 7,5%.

Het Kyoto-protocol voert ook een systeem van 'flexibele mechanismen' in. Daardoor kunnen investeringen in andere landen meegeteld worden. En landen mogen ook niet-gebruikte uitstootrechten van andere partijen kopen. Hoewel het Kyotoprotocol jaren lang voor veel ophef gezorgd heeft, is het hoogstens een eerste stap in de goede richting. Om de klimaatveranderingen onder controle te houden, zijn veel drastischere reducties nodig. Met 80 tot 95% tegen 2050. Er is dus nog een hele weg te gaan, en de inspanningen komen zeker te laat om een opwarming met enkele graden tegen te gaan. Op dit moment zitten de landen rond de tafel om nieuwe doelen vast te leggen voor 2020.

Links:

Vaak gestelde vragen

  1. Waarom spreekt men meestal alleen van CO2? Wat met de andere broeikasgassen?
  2. Welke activiteiten stoten het meest broeikasgassen uit?
  3. Wat is 'global dimming'?
  4. Wat is de rol van waterdamp?
  5. In welke mate wordt de klimaatverandering veroorzaakt door verandering in zonne-activiteit?