Klimaat en gezondheid > Voorkomen en bestrijden
Er is een kleine groep van organismen die profiteren van de klimaatswijziging: een deel van de invasieve soorten, planten of dieren uit andere
continenten die - al dan niet gewild - meekomen met containers, in het laadruim van vliegtuigen of het ballastwater van zeeschepen.
Daarnaast zijn er
ook steeds meer zuidelijke soorten die over land opschuiven naar het noorden. Al deze nieuwkomers vestigen zich het liefst in een door de mens
gecreëerde of sterk beïnvloede omgevingen. Dat zijn plaatsen met veel dynamiek (lees: verstoring) en een groot voedselaanbod. Ze zijn zowel
te vinden in steden als in het intensief landbouwgebied en hier en daar zelfs in de versnipperde en verstoorde natuurgebieden.
Als organismen zich plots - bijv. bij gebrek aan natuurlijke vijanden - snel vermenigvuldigen, gaan ze zich gedragen als pestsoorten en kunnen ze voor veel overlast zorgen en zelfs gezondheidsproblemen geven. De processierupsen zijn de laatste maanden veel in het nieuws geweest. Maar ook met Borellia besmette teken, uitbraken van Aziatische lieveheersbeestjes, gifproducerende blauwalgen, bilharziaparasieten in poelen met slakken en de allergene pollen van alsemambrosia,... horen in het rijtje. En alles wijst erop dat die lijst alleen maar langer zal worden: houtetende termieten, tijgermuskieten, ...
Bestrijding is nodig, maar alleen effectief onder voorwaarden
Bestrijden van plaagsoorten is niet altijd eenvoudig, maar in een aantal gevallen wel nodig om ernstige gevolgen onder controle te houden. Elke soort of groep vraagt een andere aanpak. Toch zijn er ook een aantal algemene voorwaarden voor een rationele en effectieve aanpak:
- Zo veel mogelijk preventief optreden: 'robuuste' natuur is de beste bescherming tegen plagen. Maar zelfs als directe bestrijding onvermijdelijk is,
kan dat beste in een vroeg stadium. Daarvoor is monitoring belangrijk.
- Zorgen voor een goede coördinatie van de inspanningen: veel instanties zijn betrokken op verschillende niveaus. Als zij niet samenwerken
dreigen inspanningen verloren te gaan en zelfs contraproductief te werken. Een centraal orgaan dat ook preventieve maatregelen kan organiseren is meer
dan wenselijk.
- Handelen met wetenschappelijke kennis van zaken: nieuwe problemen waarmee nog weinig ervaring is opgedaan, vraagt meer dan andere om
wetenschappelijke ondersteuning. Het is ook erg belangrijk om een objectieve inschatting te maken van de ernst, de prioriteiten, de effectiviteit van de
maatregelen en te leren uit eventuele fouten.
- Objectieve informatie verschaffen aan alle betrokkenen: iedereen die betrokken is, het algemene publiek, de meest getroffen groepen en de
instanties die instaan voor de bestrijding moeten geïnformeerd worden. Dat moet gebeuren op een aangepaste en objectieve manier.
Vandaag wordt te vaak paniekvoetbal gespeeld. Grootse middelen worden ingezet, om daadkracht te tonen, maar zonder enig uitzicht op resultaat en met het risico van neveneffecten. De - overigens grotendeels mislukte - inzet van helikopters om processierupsen te besproeien met een gif dat alle vlinders treft, is daar een voorbeeld van. De communicatie was verwar(ren)d en iedereen begon plots berichten de wereld in te sturen. Plots waren alle harige rupsen processierupsen die als een leger Vlaanderen veroveren.
Het antwoord is niet minder, maar meer natuur
Vormt de natuur terug een bedreiging?
We hebben misschien te lang gedacht dat we met minder natuur minder zorgen hadden. Het omgekeerde blijkt nu.
Natuur moet gezien als de enige effectieve buffer tegen klimaatswijziging.
En zelfs bij de bestrijding van de pestsoorten moet de natuur de weg wijzen. Natuurlijke vijanden, en meer
natuur zijn vaak het antwoord op de plagen die we vandaag kennen.
Of zoals Francis Bacon het formuleerde:
"Non nisi parendo, vincitur natura: alleen door haar te gehoorzamen, wordt de natuur overwonnen."