Home De natuur Het weer Klimaatverandering Energie Scholen Registreer Log in

Klimaat en gezondheid > Over harige rupsen


Welke harige rupsen zijn gevaarlijk?

In België komen meer dan 2400 soorten dag- en nachtvlinders voor. Bij een deel ervan zijn de rupsen met korte of lange haren bezet. Lang niet alle harige rupsen zijn gevaarlijk. In feite zijn er maar drie waarbij voorzichtigheid geboden is:

EikenprocessievlinderDe rupsen van deze soorten bezitten brandharen. Die hebben een irriterende werking als ze in contact komen met de menselijke huid. Vervelend is dat de rupsen hun brandharen gemakkelijk verliezen, waardoor je ook in contact kunt komen met de haren zonder de rupsen aan te raken (bijv. wanneer je door hoog gras bezaaid met brandharen wandelt).

De overlast is meestal geconcentreerd in een relatief korte periode. Bij de eikenprocessierups bijvoorbeeld verschijnen de brandharen pas als de rupsen zich in het derde larvale stadium bevinden (d.w.z. als ze al tweemaal verveld zijn). De overlastperiode loopt vanaf half mei tot eind juni. Wel kunnen oude nesten nog haren bevatten die later nog voor overlast kunnen zorgen.

De eikenprocessierups en de bastaardsatijnvlinder zijn de enige die echt voor overlast kunnen zorgen. De rupsen van die soorten leven immers in groepen die een spinsel vormen. Door de grote aantallen, is de kans groter dat passanten met brandharen in contact komen. De rupsen van de donsvlinder, nochtans in Vlaanderen een algemene soort, leven solitair. Hun haren hebben wel een irriterende werking, maar de kans dat je met die haren in contact komt, is zeer klein. Het is alleen af te raden om de rups met de blote hand aan te raken


Zijn alle rupsen die spinsels vormen gevaarlijk?

Van sommige vlindersoorten vormen de rupsen een spinsel van draden, haren, uitwerpselen en vervellingshuidjes. Dat spinsel heeft een beschermende functie. Bij de eikenprocessierups bijvoorbeeld kruipen de rupsen overdag weg in het nest, om 's nachts, letterlijk in een processie, op stap te gaan, op zoek naar eikenbladeren.

Naast de eikenprocessierups en de bastaardsatijnvlinder zijn er nog andere rupsen die spinsels vormen maar voor de mens totaal ongevaarlijk zijn. De opvallendste soorten in deze groep zijn de zogenaamde spinsel- of stippelmotjes: kleine witte nachtvlindertjes met talrijke zwarte stipjes. De rupsen van deze soorten zijn onbehaard, maar vertonen eveneens donkere stippen. Afhankelijk van de soort kunnen ze een plant grotendeels met een witachtig spinsel overdekken en aanzienlijke vraatschade aanrichten.

De meest algemene spinselmotten zijn de meidoornstippelmot (Yponomeuta padella) op meidoorn of sleedoorn, de vogelkersstippelmot ( Yponomeuta evynomella) op vogelkers en de appelstippelmot (Yponomeuta malinellus) op appelbomen. De rupsen van deze motjes worden bestreden omwille van de schade die ze aan de planten aanrichten.


Hoe herken je de irriterende rupsen?

Rups van de eikenprocessievlinder

Eikenprocessierups

Een grijze rups, met een donkerdere rugstreep en lange witte haren. De kop is donkerder, zwartbruin.

Rups van de bastaardsatijnvlinder

Bastaardsatijnvlinder

De rups is donker, vaak bijna zwart, met een opvallende lichtere, bruine beharing. Opvallend zijn de witte tekening op de zijkant van de rups en twee rode vlekken op het einde van het achterlijf (segment 9 en 10). De rups wordt 38 tot 42 mm lang. De rupsen van de bastaardsatijnvlinder leven in groep.

In het najaar creëren ze een geschikte overwinteringsplaats door een blad samen te spinnen. In het voorjaar verlaten ze dit nest en gaan ze op zoek naar verse blaadjes. De rupsen verpoppen in juni, waarna de vlinders in juli verschijnen.

Rups van de donsvlinder

Donsvlinder

De tot 45 mm lange rups is zwart met zwarte haren op de rug en grijze op de flanken; op de rug vertoont ze een brede rode, onderbroken band met een zwarte middenstreep en afgezoomd met een witte tekening.

Deze zwart-wit-rood-combinatie is kenmerkend. Overwintert als rups in een spinsel in schorsspleten.


Waar komen de irriterende rupsen voor?

De drie irriterende soorten komen niet overal in Vlaanderen in dezelfde mate voor én zijn al helemaal niet op alle plantensoorten te vinden.


Welke harige rupsen zijn ongevaarlijk?

Soms kom je op een wandeling nog wel eens opvallend behaarde rupsen tegen. Doorgaans zijn deze ongevaarlijk, behalve die van de drie hierboven besproken soorten. Enkel mensen die uiterst gevoelig zijn, kunnen best elk contact met een behaarde rups vermijden. Hieronder komen kort enkele veelvoorkomende en sterk behaarde rupsen aan bod.

Rups van de meriansborstel

Meriansborstel

Een variabele maar toch onmiskenbare rups is die van de meriansborstel. De rups die je kan vinden in de periode juni-juli wordt gekenmerkt door een rood staartje, een opvallende kleur die varieert van (soms groenachtig) geel tot oranjebruin en daarenboven drie opvallende (vaak gele) borstels tussen segment 4 tot 7. De rups wordt tot 45 mm lang.

Wanneer de rups zich kromt vallen de zwarte ringen tussen de segmenten op. Te vinden op allerlei loofbomen.

Rups van de Witvlakvlinder

Witvlakvlinder

Net als de rups van de meriansborstel staan er op de rug van deze rups vier opvallende gele haarbundels. Daarnaast lijkt de rups van de witvlakvlinder zijdelingse staartjes te hebben.

Rups van de Grote beer

Grote beer

Een vaak gevonden rups, op allerlei kruidige planten of rondkruipend op de grond (meestal vlak voor verpopping). Door de dichte beharing (lange witte en talloze korte zwarte haren op de rug, roodbruine op de flanken) is ze gemakkelijk herkenbaar. Lengte tot 60 mm. Kop zwart. Een zeer polyfage soort (wel 50 soorten waardplanten).

Rups van de veelvraat

Veelvraat

De rups leeft lang; het imago is niet in staat om voedsel op te nemen. Deze tot 70 mm lange rups overwintert. Ze kan vrijwel het hele jaar gevonden worden, maar de grootste aantallen zie je in het najaar. De veelvraat is geen soort die je in een tuin moet verwachten. Ze is lokaal algemeen in heidegebieden. Het lijf is dicht bezet met lange, donker bruine haren, op de rug zijn de haren korter en roodachtig bruin en op de flanken staan langere, grijze haren. Polyfage soort.

Rups van het bont schaapje

Bont schaapje

De tot 40 mm lange rups van het bont schaapje is onmiskenbaar. Met haar talrijke oranje tot oranjerode haarbundels is ze met geen enkele andere rups te verwarren. Op de rug wordt ze gekenmerkt door een rij witte, zwart omrande stippen. Ze kan van begin juli tot begin oktober op loofbomen zoals esdoorn gevonden worden.

Rups van de rietvink

Rietvink

De rups kan gevonden in het najaar en het voorjaar. Ze drinkt dauwdruppels, vandaar de alternatieve naam 'drinker'. De kleur varieert, vaak blauwgrijs met oranjegele spikkels. Op de flanken hangen witte haarplukken. De tot 7 cm lange rups wordt meestal op grassen (bijv. pijpenstrootje) en riet gevonden.